Anekdotes en (sterke) verhalen
Opkomst en belevenis van een welgestelde Marechaussee der 3e klasse. Door mar Henk Meerdink, lichting 65-4
Ergens in maart 1964 trof ik een bruine enveloppe van het Ministerie van Defensie aan op de deurmat van mijn kosthuis (zo heette dat toen nog) in Den Haag. Nieuwsgierig opende ik het officiele schrijven. Mij werd medegedeeld, dat ik op 14 april 1964 diende te verschijnen voor de indelingsraad 09 te Delft om te worden gekeurd voor de dienstplicht. Tevens stond vermeld, dat ik om 07.36 uur diende te vertrekken van het Station Hollandse Spoor, aankomst te Delft om 07.45 uur. Het was ook toegestaan om gebruik te maken van de intercommunale tramlijn met andere aankomst tijden. De kosten, mits tijdig aanwezig, zouden worden vergoed tegen overlegging van een retourbiljet 2e klasse. Tevens zou tijdens het verblijf in Delft van rijkswege in de voeding worden voorzien. De keuring verliep voorspoedig. Het hoofd van de indelingsraad, luitenant-kolonel J.P. Verwoerd gaf mij daartoe het schriftelijke bewijs van de in het openbaar medegedeelde uitspraak omtrent mijn geschiktheid als bedoeld in de artikelen 10 en 12 van de Dienstplichtwet. Niet lang daarna werd er op een ochtend aangebeld bij mijn kosthuis. Mijn hospita was niet thuis en ik had nachtdienst gehad. Ik deed open en voor de deur stond een man die zich bekend maakte als zijnde iemand van de Koninklijke Marechaussee. Hij legitimeerde zich als zulks. Hij was doende een antecedentenonderzoek naar mijn persoon te verrichten. Ik had slaap en deelde mede, dat door mijn werkgever, de Haagse politie reeds een uitgebreid onderzoek naar mijn heden, verleden, handel en wandel was verricht!
Kennelijk tot grote tevredenheid, want ik was al twee jaar werkzaam als agent van politie. Hij had er begrip voor en ging zijns weegs. Zijn onderzoek was met, voor mij goed gevolg, afgesloten. Hoewel door mijn toenmalige werkgever, de gemeentepolitie Den Haag, uitstel was verkregen, viel in december 1964 een groene brief van de Burgemeester van 's Gravenhage in de bus met de mededeling dat ik bestemd was tot gewoon dienstplichtige en dat ik was toegewezen aan de Koninklijke Marechaussee. Mijn eerste oefening zou aanvangen op 4 februari 1965. Wederom wist mijn werkgever te bewerkstelligen dat dit niet doorging. Echter, al in mei 1965 kreeg ik wederom een brief van de burgemeester, ditmaal een gele. Daarin stond (zonder te zijn 'bestemd en toegewezen' zoals men doet bij vee) dat ik werd opgeroepen om op 12 augustus 1965 bij de Koninklijke Marechaussee te Apeldoorn in de Koning Willem III kazerne in werkelijke dienst te komen tot het vervullen van de eerste oefening, met als onnodige toevoeging 'voor zover deze nog niet door U is volbracht'.
Hoewel ik op de keuring te Delft als voorkeur had aangegeven om bij de Marine te willen dienen werd het toch de KMar. Men dacht destijds kennelijk dat een burger-politieman beter bij de miltaire politie kon dienen. Ach, en daar kan ik verhalen over vertellen........
Op 20 augustus 1966 brak er een memorabele dag aan. De lichting 65-4 werd in rang bevorderd tot marechaussee der derde klasse. Het leven was daarna niet meer hetzelfde als de dag daarvoor. De prachtige rode streep met de daaraan verbonden privileges (avondpermissie) gaf het uniform enig cachet. Tevens werd de soldij met onmiddellijke ingang verhoogd van 1 gulden tot het astronomische bedrag van 1,10 gulden per dag. Een werkelijk passende beloning voor de harde dagelijkse arbeid. Voor mij veranderde er echter nog meer. Ik had er thans een heel jaar bij de krijgsmacht opzitten.
